Interview


Op 31 augustus 2001 zond Radio Rijnmond een interview uit van Frank van Dijl dat enkele dagen daarvoor was opgenomen in Roussillon-en-Morvan in Frankrijk, de woonplaats van Rob Scherjon en zijn vrouw. Hieronder volgt een deel van het interview.

Vraag:
We zijn in Roussillon, een klein dorpje in de mooie streek de Morvan. Geen winkels, geen schouwburg, geen cafes, er is helemaal niks. Wel even iets anders dan Rotterdam.

Antwoord:
Ja, het is heel anders. Alles wat je in Rotterdam niet hebt heb je hier. Stilte, schone lucht, ruimte en een parkeerplaats voor je auto. Het is hier veel rustgiger. Dat mag ook wel na al die hectische jaren in Rotterdam.

Vraag:
Dit is de stem van Rob Scherjon. Ik denk dat veel mensen je nog wel kennen, want je hebt vrij lang het Bibliotheektheater in Rotterdam gerund. Je hebt ook een paar boeken geschreven. Onlangs is verschenen Retour Toscane. Je woont nu dus in dit kleine Franse dorpje. Je hoort heel in de verte een hond blaffen, maar dat is alles wat je hoort.

Antwoord:
Ja, inderdaad. ' s Morgens hoor je vaak een haan kraaien, of een kraai krassen en je hoort zwaluwen kwetteren, dat is het wel zo'n beetje. Je hoort ook wel koeien loeien. Dat soort landelijke geluiden stoffeert hier ons leven.

Vraag:
Je hebt Rotterdam helemaal achter je gelaten.

Antwoord:
Ja, ik kom nog wel in Rotterdam omdat mijn zoons daar wonen. En ik heb natuurlijk nog vrienden in Rotterdam, dus we gaan regelmatig terug. Afgelopen juni was ik er en toen was ik er voor het eerst als toerist. Een toerist in eigen stad, dat was ontzettend leuk.

Vraag:
Mis je dat niet? Even een boekwinkel binnenlopen is er niet bij natuurlijk, even naar het theater...

Antwoord:
Dat zijn dingen die ik inderdaad af en toe mis, maar het is nu zomer en dat heb je daar niet zoveel last van. Ik denk dat wij in de wintermaanden iets vaker naar Rotterdam zullen gaan, omdat ik het heerlijk vind om af en toe in een boekhandel rond te neuzen en naar een film te gaan of een cafe. Natuurlijk heb je hier ook cafes en ook concerten, maar het leven hier is toch anders dan in Rotterdam.

Vraag:
Was het een droom die je altijd hebt gekoesterd?

Antwoord:
Dit huis hebben mijn vrouw en ik vijf jaar geleden bij toeval ontdekt. Het was toen een bouwval. We hebben het de afgelopen jaren gerenoveerd, een nieuw dak er op gezet. Het is een oude timmermanswoning plus werkplaats. Van de werkplaats hebben we de huiskamer gemaakt. De afgelopen jaren zijn we hier steeds in de zomermaanden geweest. Toen ik niet meer hoefde te werken hebben we tegen elkaar gezegd: wat moeten we doen. Het huis is groot genoeg om permanent te bewonen en twee huizen er op nahouden is toch wel duur. Dus hebben we de knoop doorgehakt en gezegd: we pakken de boel in en gaan in de Morvan wonen. Tot nu toe bevalt het uitstekend.

Vraag:
Vaak hoor je dat mensen dat wel willen maar dat ze dan zeggen: ja, maar dan zit ik met verzekeringen en de dokter woont ver weg. Was dat voor jullie geen probleem?

Antwoord:
Nou hebben wij toevallig buren die dokter zijn, zowel vader als zoon. Ze wonen alleen niet hier, dit is hun vakantiehuis. Ze zijn er nu wel, maar hun praktijk is in Autun, 18 kilometer hiervandaan. Natuurlijk neem je een gok, want je weet niet hoe het zal gaan met de gezondheid, maar dat risico nemen we dan maar. Op het gebied van verzekeringen zijn er allerlei dingen die anders zijn dan in Nederland. Je moet bijvoorbeeld je auto omzetten met een Frans nummerbord en daarvoor moet je heel veel instanties aflopen en dan krijg je te maken met de Franse bureaucratie.

Vraag:
Welk nummerbord heb je nu?

Antwoord:
Eh, 3735-XA-71, en dat 71 staat hier voor het departement Saone-et-Loire, waar de Morvan in ligt.

Vraag:
Het is een piepklein dorpje. We lopen om het huis heen. Dit pleisterwerk, heb je dat ook zelf gedaan?

Antwoord:
Nee, wel zelf geschilderd. De kleur is gebroken wit, okerachtig. Want echt wit is niet toegestaan. Dit is een natuurpark met vrij strenge regels. De daken moeten van lei zijn. Er zijn 350 inwoners en zoals in alle Franse dorpen is het inwoneraantal sterk teruggelopen in de afgelopen honderd jaar. Een eeuw geleden waren hier 1500 inwoners, waren er twee cafes, een bakker, een smid en een klompenmaker. Dat is allemaal verdwenen, omdat er voor jongeren geen toekomst is. Er zijn hier nog wel wat kleine boeren met een paar koeien, maar die doen dat meestal als bijverdienste. De stukjes grond in de Morvan zijn vaak klein. Er zijn geen grote aaneengesloten gebieden, je hebt hier kleinschalige veeteelt en landbouw. Veel jongeren trekken weg, maar gelukkig is er voor de Morvan tegenwoordig veel belangstelling vanuit Nederland. Het klimaat verschilt niet veel van Nederland, ook hier valt veel regen, daarom is het zo prachtig groen. Er staan veel huizen leeg en die worden vaak gekocht door Nederlanders en dat vinden de Fransen in deze streek een positieve ontwikkeling.

Vraag:
Je hebt hier een prachtig uitzicht... Je hebt twee boeken gepubliceerd bij Gopher, een uitgeverij die print on command, zoals dat heet, dus als er een boek besteld wordt maken ze een exemplaar.

Antwoord:
Ja. Gopher is opgericht met de bedoeling op een andere manier boeken uit te geven. Het grote voordeel is dat er geen grote voorraden aangelegd hoeven te worden. De boeken blijven ook langer leverbaar. Bij een traditionele uitgeverij is een boek vaak na twee jaar niet meer leverbaar, Gopher garandeert dat een boek dat ze uitgeven minimaal vijf jaar leverbaar blijft. Omdat alles digitaal is opgeslagen is dat makkelijk te doen.

Vraag:
De twee boeken: De walnoot, sprookjes, en Retour Toscane, roman, heb je die hier geschreven?

Antwoord:
Ja. De walnoot bestaat uit verhalen die ik in de loop van de jaren heb geschreven, het is een verzameling van sprookjesachtige verhalen wisselend van lengte. Maar er zit een verbindend thema in. De verhalen gaan over illusie en werkelijkheid en voor zover je van een boodschap kunt spreken kun je zeggen dat een mens niet kan leven zonder illusies. Iedereen heeft een droom. In een van de verhalen, Anna en Bob, is dat heel letterlijk. Schooljongens proberen in dat verhaal verder te springen dan hun polsstok lang is. Dat doen ze om een meisje naar huis te mogen brengen na schooltijd. Het lukt ze natuurlijk niet om verder te springen dan hun polsstok lang is. Een van de jongens weet met een list, die overigens door het meisje zelf bedacht is, met droge kleren de overkant van het water te bereiken en komt als winaar uit de bus. Hij mag haar naar huis brengen, op de fiets langs een winderige vaart waar altijd tegenwind staat.

Vraag:
Illusie en werkelijkheid, in zekere zin gaat dat ook op voor de roman Retour Toscane. Een man gaat als hij niet meer hoeft te werken een tocht naar Italie maken die hij ooit met zijn vrouw heeft gedaan. De vrouw is overleden. Bij hem speelt de droom in het verleden, hij wil die droom herleven.

Antwoord:
In Retour Toscane heb ik meer eigen ervaringen verwerkt. Het is gebaseerd op een werkelijke gebeurtenis. Een vroegere collega van mij, wiens vrouw was overleden, heeft nadat hij met pensioen was gegaan een vakantiereis overgemaakt die hij ooit met zijn vrouw had gemaakt. Dat leek me een mooi thema voor een boek. Het loslaten van het verleden door het opnieuw beleven ervan. Ik heb er nog een plot omheen verzonnen, maar het verhaal is gebaseerd op de werkelijkheid. Ooit heb ik een interview gelezen met een Amerikaanse thrillerschrijfster die zei dat ze haar boeken altijd baseert op een krantenbericht of een ware gebeurtenis. Als je dat doet heb je een goed uitgangspunt.